Indicator Online
 
Onze oplossingen

Indicator

Werken met meerdere vennootschappen

Fiscale aandachtspunten voor de dynamische kmo

Een Praktische Gids 2017 over... 

samengevat

Dit boek is uw leidraad om optimaal met meerdere vennootschappen te werken en zo maximaal voordeel te behalen. Dit boek geeft u een antwoord op al uw vragen als u overweegt om met meerdere vennootschappen te werken of - als u de stap al gezet heeft - op uw vragen om deze werking te optimaliseren.

in detail

In detail behandelen we de volgende thema's:

  • de evolutie van uw bedrijf: van eenmanszaak tot ...
  • de voordelen van een kmo
  • waarom dan toch de stap naar meerdere vennootschappen zetten?
  • de gevolgen, aandachtspunten en optimalisatiemogelijkheden
    • op fiscaal vlak
    • op boekhoudkundig vlak
  • de stap naar het buitenland
  • het opvolgingsvraagstuk later: gevolgen en aandachtspunten bij meerdere vennootschappen

Eens u met meerdere vennootschappen werkt, neemt de complexiteit toe. De voordelen van meedere vennootschappen moeten deze toenemende complexiteit dan ook overtreffen. Dit boek is uw hulpmiddel om met kennis van zaken de juiste keuzes te maken en uw werking met meerdere vennootschappen te optimaliseren.

Deze Praktische Gids 2017 is er speciaal voor... 

iedere vooruitziende bedrijfsleider

  • die maximaal voordeel wil behalen door optimaal met meerdere vennootschappen te werken

Deze Praktische Gids 2017 is samengesteld door... 

Kurt De Haen

  • Tax Partner VMB Belastingconsulenten

In deze Praktische Gids 2017 leest u...

Inhoudstafel

Voorwoord

1. Hoe ontstaat een groep van vennootschappen?

1.1. Geografische en culturele grenzen van de bedrijfswereld vervagen

1.2. Klein beginnen met eenmanszaak

1.3. Waarom eventueel overschakelen naar een vennootschap?

1.4. Van vennootschap naar groep van vennootschappen

1.5. Documenteer de zakelijke beweeg­redenen van uw beleidsbeslissing!

1.6. Vergis u niet: ook fiscaliteit is een belangrijke schakel in de waardeketen

2. Wat als we geen kmo meer zijn?

2.1. Wanneer is uw bedrijf een kmo?

2.2. Minder strenge boekhoudformaliteiten voor een kmo

2.3. Fiscale voordelen voor een kmo

3. Waarom vandaag reeds een exit­strategie voorbereiden?

3.1. Parameters van de exitstrategie

3.2. Mogelijke impact van de algemene antimisbruikbepaling

4. Waarom een gemeenschappelijke holding overwegen?

4.1. Zuivere vs. gemengde holding

4.2. Belgische of buitenlandse holding: fiscale aandachtspunten


4.3. Hoe wordt de holding eigenaar van de werkvennootschappen?

4.4. Strategische en operationele overwegingen

5. Waarom en wanneer een ‘interne meerwaarde’-transactie overwegen?

5.1. Wat is een interne meerwaarde?

5.2. Speculatieve meerwaarden zijn belastbaar

5.3. Is een verkoop van aandelen aan de eigen holdingvennootschap speculatief?

5.4. Is een inbreng van aandelen in de eigen holdingvennootschap speculatief?

5.5. Fiscale gevolgen van een ‘interne meerwaarde’-transactie

5.6. Belangrijke randvoorwaarden

6. Boekhoudkundige consolidatie

6.1. Wie heeft een consolidatieverplichting?

6.2. Wanneer is er een vrijstelling van consolidatieverplichting?

6.3. Welke dochtervennootschappen kunnen eventueel uit de consolidatiekring geweerd worden?

6.4. Wat als sommige dochtervennootschappen in een andere muntzone actief zijn?

6.5. Welke consolidatiemethodes zijn er voorhanden?

7. Nut van een btw-eenheid

7.1. Geen fiscale eenheid voor directe belastingen

7.2. Wat is een btw-eenheid?

7.3. Wat zijn de voor- en nadelen van een btw-eenheid?

7.4. Hoe wordt een btw-eenheid concreet geïmplementeerd?

7.5. Wat is het btw-belastingstelsel van een btw-eenheid?

8. Impact van het werken met meerdere vennootschappen op de notionele interestaftrek

8.1. Wat is de notionele interestaftrek?

8.2. Impact van het ontstaan van een groep van vennootschappen op het gebruik van notionele interestaftrek

8.3. Internationale expansie en de notionele interestaftrek

8.4. Misbruik van notionele interestaftrek ­binnen een groep van vennootschappen? – ­administratieve circulaire

8.5. Misbruik van notionele interestaftrek binnen een groep van vennootschappen – rechtspraak

9. Noodzaak aan onderbouwde interne verrekenprijzen

9.1. Welke politiek van ‘agressieve’ verrekenprijzen viseert de fiscus?

9.2. Wat is het ‘at arm’s length’-principe?

9.3. Het ‘at arm’s length’-principe speelt ook in de relatie hoofdhuis-bijhuis

9.4. Wat als een Belgische vennootschap een abnormaal of goedgunstig voordeel verstrekt?

9.5. Wat als een Belgische vennootschap een abnormaal of goedgunstig voordeel geniet?

9.6. Verenigbaarheid van de Belgische Belastingwet met de EU-normen

9.7. Transfer pricing is ook een prioriteit voor kmo’s

9.8. Belang van kwalitatieve verrekenprijs­documentatie

9.9. Hoe documentatie aanleggen: een aantal basisbeginselen

9.10. Wees ook voorbereid op een transferpricing-belastingcontrole

9.11. Is ‘horizontaal overleg’ tussen fiscus en belastingplichtige de volgende stap?

9.12. Concreet voorbeeld (1): kwijtschelding van schuld binnen de groep

9.13. Concreet voorbeeld (2): deficitaire liquidatie binnen de groep

10. De commissionair-principaalrelatie (als voorbeeld van functionaliteit binnen de groep)

10.1. Een verschillende functionaliteit rechtvaardigt een andere verrekenprijs

10.2. De principaal-commissionairsstructuur

10.3. Wat is een commissionair?

10.4. Hoe ontstaat een commissionairs­overeenkomst?

10.5. De vergoeding van de commissionair

10.6. ‘Vaste inrichting’-risico voor de principaal

10.7. Goodwill-risico bij implementatie

11. Fiscale aspecten van intragroeps­bestuurders­mandaten en dienstverlening

11.1. Wanneer kwalificeren de ‘management­vergoedingen’ die de ene groeps­vennootschap betaalt aan een andere groepsvennoot­schap als aftrekbare beroepskosten?

11.2. Wanneer kwalificeren de formele ‘bestuurdersvergoedingen’ die de ene groepsvennootschap betaalt aan een andere groepsvennootschap als aftrekbare beroepskosten?

11.3. Wat in geval van retrocessie van bestuurdersbezoldigingen?

11.4. Is btw verschuldigd over een aangerekende bestuurdersvergoeding?

11.5. Op welke wijze kunnen bestuurders- en/of managementvergoedingen gefactureerd worden?

11.6. Wat inzake tantièmes?

12. Fiscale aspecten van ‘cashpooling’ en andere intragroepsfinanciering

12.1. Wat is cashpooling?

12.2. Belang van de rol en keuze van de pool leader

12.3. Fiscale behandeling van ‘interest’

12.4. Impact van thincapitalisation-regels

12.5. Wat doen de buren?

12.6. Sedert 2012 ook thincap-beperking voor intragroepsinterest

12.7. Specifieke antimisbruikbepaling

12.8. Uitzonderingen op de thincap-beperking

12.9. Hoe proactief met de thincap-beperking omgaan?

13. Fiscale aspecten van dividend­stromen binnen de groep

13.1. Bronheffing over een uitgekeerd dividend

13.2. DBI-aftrek over een ontvangen dividend

13.3. DBI-aftrek: voorwaarden

13.4. Wanneer is er vennootschapsbelasting over een verwezenlijkte meerwaarde op aandelen?

13.5. Antirechtsmisbruikbepaling

14. Hoe fiscale verliezen ten volle benutten?

15. Wat met intragroeps-R&D en -IP?

15.1. Wereldwijde R&D-budgetten stijgen

15.2. Lage fiscale kosten doen R&D-budget stijgen

15.3. Maximaal 6,8% vennootschapsbelasting over marktconforme octrooi-inkomsten

15.4. Investeringsaftrek of belastingkrediet voor R&D-investeringen

15.5. Geen doorstorting van 80% van de bedrijfs­voorheffing van R&D-personeel

15.6. Geen doorstorting van 25% van de bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die hoogtechnologische producten produceren

16. Fiscale aspecten van intragroepsreorganisaties

16.1. Welke soorten reorganisaties zijn er?

16.2. Wanneer is een reorganisatie vrij van vennootschapsbelasting?

16.3. Wat zijn doorslaggevende motieven van financieel-economische aard?

16.4. Wat als de reorganisatie toch belastbaar is?

16.5. De belastingvrije zusterfusie

16.6. De belastingvrije moeder-dochterfusie

16.7. De ‘gewone’ splitsing

16.8. De partiële splitsing

16.9. Inbreng van een bedrijfstak of van een algemeenheid van goederen

16.10. Wat gebeurt er met de tax assets in geval van belastingvrije reorganisatie?

16.11. Reorganisaties: registratierechten en btw

16.12. De belastingvrije grensoverschrijdende ­reorganisatie

16.13. Zetelverplaatsing binnen de EU

17. Fiscale aandachtspunten in geval van internationalisering

17.1. Vaste inrichting, juridisch bijhuis of dochtervennootschap?

17.2. Vaste inrichting

17.3. Materiële vs. personele vs. diensten vaste inrichting

17.4. Fiscale gevolgen van een buitenlandse vaste inrichting

17.5. Wat met de btw?

17.6. Gevolgen voor de medewerkers

17.7. Extra administratie vs. wellicht lagere fiscale kost

17.8. Kijk uit voor buitenlandse meerwaarde­belasting op aandelen

17.9. Wat met buitenlandse partnership-structuren?

18. Fiscale en sociaalrechtelijke behandeling van HR-aspecten bij internationalisering

18.1. Hoe wordt een inwoner van België belast over zijn beroepsinkomsten?

18.2. Wat is ‘vrijstelling met progressie­voorbehoud’?

18.3. Wanneer is een werknemer belastbaar in het buitenland?

18.4. Wanneer is een bedrijfsleider belastbaar in het buitenland?

18.5. Wat op het vlak van sociale zekerheid?

18.6. Praktisch voorbeeld

18.7. Wat als de fiscus vragen stelt?

19. Hoe wil de OESO ‘oneigenlijke inter­nationale tax planning’ ontmoedigen?

19.1. Globalisering vergt nieuwe internationale fiscale politiek

19.2. OESO ziet concrete tekortkomingen in de huidige internationale fiscale politiek

19.3. Het 15-punten-BEPS-actieplan van de OESO

20. Hoe sleutelmedewerkers op een fiscaal aantrekkelijke manier aan uw bedrijf binden?

20.1. Wat is een ‘optie’ of ‘warrant’?

20.2. Van ‘offer’ over ‘grant’ en ‘vesting’ tot ‘exercise’…

20.3. Uitoefening wanneer optie of warrant ‘in-the-money’ is!

20.4. Gratis optie of warrant is belastbaar voordeel van alle aard

20.5. Belastbaar moment is 60 dagen na aanvaard aanbod

20.6. Forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard

20.7. Halvering van het belastbare forfait mogelijk

20.8. Opletten met ‘cashless exercise’

20.9. Wat bij toekenning aan een (management)­vennootschap?

20.10. Wat met de sociale zekerheid?

20.11. Slotbeschouwing

21. Impact van de fiscaliteit op het opvolgings­vraagstuk

21.1. Verkoop van de aandelen van de groep van vennootschappen

21.2. Vererving van de aandelen van de groep van vennootschappen

21.3. Schenking van de aandelen van de groep van vennootschappen

22. Besluit

Werken met meerdere vennootschappen

  • Van één tot meerdere vennootschappen
  • Optimaliseer de werking
  • Behaal maximaal voordeel
  • Onmiddellijk toepasbare adviezen en oplossingen
  • 406 pagina's
  • Handig formaat
  • Gratis verzending


Aanbod
Pagina's

 

 

Papier

Abonneeaanbod

€ 111

 81,00

Enkel met actief abonnement
406
Prijzen zijn excl. btw

Standaardaanbod

 

 111,00

406
Prijzen zijn excl. btw
 

Een aanbod ontvangen?


Een vraag?
Bel naar Klantenservice

016/35 99 00